Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der praktikale godgeleerdheid. 237

daar toe de hand leenden , is niet goed te keuren, om dat zy zulks uit een ander oogmerk deeden, 't welk zondig was; doch de Heer toonde van agteren een goed oogmerk in die toelating te hebben, en daar in berust een Chriften met genoegen. Eene tweede bedenking is, moet iemand zo onderworpen zyn aan Gods wil, dat 't hem onverfchillig is , of hy zalig wordt of verlooren gaat, indien God flegts verheerlykt wordt? Ik antvvoorde, Gods regtvaerdigheid wordt wel verheerlykt, wanneer Hy de zonden ftraft, en de mensch, die daar in voordgaat, eeuwig verlooren is; maar 't mag niemand onverfchiliig zyn, ofhy God in den hemel eeuwig zal verheerlyken, of in de verdoemenis' eeuwig zal lafteren,- ook komt 't niet overeen.met den wil van God, t zy van zyn befluit, 't zy van zyn geopenbaarde woord, om iemand die in jesus christ üs gelooft, en zich bekeert, eeuwig ongelukkig te maken; maar wel om die allen de eeuwige zaligheid te doen beërven. Een derde bedenking is, of een gelevige moet beruften in God, als zyn ouders of kinderen in de zonden leven en fterven, en daar door eeuwig ongelukkig zyn? Ik antwoorde, zo lang zy nog leven moet men hen tot geloof en bekeeriug .opwekken, en veel voor hen bidden; fterven zy in hunne zonden, mag men hartelyk bedroefd zyn, doch raag niet murmureeren, maar men behoordt in dien aanbiddelyken weg ftil te zyn en te beruften, zo deed aa ron, toen hy den

dood

Sluiten