Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

508 HEERLYKHEID DÉS

Worden. »—• Welzalig is de ftaat van de Huisgenooten Gods, die hunne voorregten inzien, en gefterkt worden in het dierbaar Geloove t Hy, die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou fchynen, is de geen, die in onze harten gefchenen heeft, om te g-even verlichting der kennis der Heerlykheid Gods, in het aangez'gt van J. Christus (2 Kor. IV. 6.) Onze Rykdom en Heerlykheid beftaat in onze betrekking tot den vei hoogden Middelaar, in Wien onze geregtigheid is en fterkre. De zugt der Ziele klimme fomtyds op , in de woorden van den ftigtelyken digter:

6 Middelaar! ö Jezus! Godes 2oon , Die, nevens Hem, gezeten op den troon, Nu Koning en ook Koogepriester z>t, Den verfchen weg voor ons hebt ingewyd, Den leevenden. waarop ons niets belet; Aizo uw Vleesch d n Voorhf.ng open zet, Om in te gaan in 't eeuwig Heiligdom; Op dat men daar vr, moedig Hnnen kom'; Bevestig, Heer! en zet op vasten grond Ons ingaan, dat fomwyl nog wankel ftond. (*)

Veel moeten wy bedenken de dingen die boven zyn , en ons hemelsch Burgerfchap j ons

hart

(*) Oude Liederen, nagezien ea verbeterd 1791.

Sluiten