Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 295

t deren eenig gefprek gehouden heeft, men

„kan niet uit hem krijgen, wie ^eigenlijk die „ Farcij is; men brengt hem door ftrikvragen, „ en listig ingerichte wederleggingen van zijne

„ gezegden in de maling; hij herinnert.

„ zich dus, bij gelegenheid van het voorlezen „ van eenen brief, door hem, op den zesden „ December aan den Generaal de Maillebois „ gefchreven, wel, dat hij met den Grave de

„ Saint Priest gefproken heeft; men doet

m hem toeftemmen, dat zijn dagboekjen, op de „ gemelde dagteekeningen eenige gelijkheid tus„ fchen de namen van den Graaf de Saint Priest „ en de Farcij aanduidt; dat 'er tusfchen die

1 twee namen overeenkomftigheden, groote

„ overeenkomftigheden plaats hebben ; dat het 1 fchijnt, dat de Heer de Saint Priest de man

* is, dien hij bedoeld heeft, en willen aanduiden ; men trekt een bewijs daar uit dat

* hij op den eenen tijd zegt, dat hij met den „ Heer de Saint Priest niet omftandig heeft kun„ nen fpreken over een diergelijk onderwerp, „ als dat eener tegenomwenteling , terwijl die „ Heer waarfchijnelijk te veel bezigheden hadt, „ en geen tijds genoeg overig, om in zoodanig „ omftandig gefprek te kunnen treden, en dat M hij echter, op het voorlezen van den bo^ vengemelden brief zich inderdaad herinnert, „ met den Heer de Saint Priest gefproken te „ hebben; de genoemde Farcij, van wien het „ dagregister van den Heer Savardin melding ge„ maakt wordt, fchijnt, uit de hem toegekende

.. hoe-

Sluiten