is toegevoegd aan uw favorieten.

Vriendenzangen, aan de deugd gewyd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( III )

Die mensch zelfs knielde in 't (lof, ootmoedig neergebogen; Zyn dankbaar loflied klonk door wolk en ftarrenboogen; Hy dankte, juigchend, God voor zyn gewensclit beftaan: De mensch was met zyn lot, God met den mensch voldaan.

Maar toen in 's menfchen hart een wensch was opgerezen, Hy, met zichzelv' te onvreCn, gelyk aan God wou weezen, Toen was deeze aard' voor hem zo fchoon niet als wyleer, En 't bloeiend Eden was voor hem geen Eden meer.' Hy wenschte, zonder dat hy immer kon genieten; Het fchoon miskende hy; de rampen en verdrieten, Die hy zichzelven fchiep, vergrootten meer en meer; De wrevle trotsaart morde, en twistte met zyn' Heer.

God