Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZANGSPEL. ai

ARIA.

SUZETTE.' Al 't fchynvermogen, He: geen de rvkdom bied,

Schenkt, in myne oogen, Het waai genoegen niet.

De heilvcrwachung Beftaac gelieel alleen

In lieldc en achting, Gepaard met tederbeên. Mei welk een zoet verlangen Zweeft hier *t gevogelte dooréén!

Hoe lieflyk zyn hun zangen! Zy flreelen zich, zyn wel te vreên. Zy weeten van geen goud vergaaen,

Bv u zo treflvk hoog gefchat; Zicli onderling te faam te paaren, Is all' wat hun geluk bevat. Al \ fehynverraogeti enz. DE SCHOUT.

Maar, eendenboutjelief! al is men ryk, men weet Daarom ook wel van liefde en tederheden. ]e zult van my zo worden aangebeden, Ik zal je zo getrouw bezinnen,en daarb.y Steeds vrolyk maaken door mvn minnekoiery, Ik zal je, aanhoudend , zo harttreffend caresfeeren...

Haar naderende. Hy hoest. SUZETTE, hem tegenhoudende. Ik bid je, ei hou gemak, Mx'nheer , het mogt u deeren. Gy zult ziek worden, denk dat vry.

C3 DUO.

Sluiten