Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godlyke Voorzienigheid. 149

gender waren onze verzuchtingen tot God , - terwyl ik onder myne fmeekgebeden eene overvloedige naafé van vertroosting ontfing, waar van ik ook aan myne lorgenooten mededeelde, — herinnerde ik my, wat Godt in vroegere dagen gedaan hadt , en dat hy, ondanks onze onwaardigheid, echter het vonk*. ke van geloofsbetrouwen , dat nop; overig was, niet geheel zoude uitbiusfchen, maar ook in dit oogenblik zynen naam, ondanks al het ongeloof der Waêrfeld , aan zynen Kinderen verheerlyken zoude. Intusfehen hielden wy ons gereed om, ingeval men onze Wooning föögt aanfteken, intyda met onze Kinderen van daar te vluchten , wy hadden toch alles , met ftille onderwerping , aan Godt overgegeven , wetende dat wy naakt ter Waereld gekomen zyn, en naakt daar uit zullen keeren , - met dat al bleef myn zwak vertrouwen nog vast houden aan den Heere. — Toen nu de Krygsknechten naderden om het Huis in brand te fteken , en alles vol angst en t'ziddering was, ging ik haar zeer befcheiden te gemoet, en, daar ik even mynen mond opende, wierdtn zy als Lammeren , namen hunne Hoeden voor my armen aardwurm af, terwyl één derzelven zynen fakkel zo verre weg wierp , als hem mogelyk was; ja zelfs, terwyl myne Meid bezig ware eenig beddegoed te bergen, en boven uit de vengllers te werpen , fpraken zy haar vriendelyk aan, en baden haar alles onK 3 ver-

Sluiten