Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

het Leven van

als hy dat zelf had voorgesteld, aan de daar, tegenwoordig zynde Ouderlingen,* zich

op

* De Gottingsche Hoogleeraar Heumann, denkt dat men door T$f 7rfigj3vT£^ovg , hier door Ouderlingen vertaald > de Leerar.ren , en de Armbezorgeren der Ephesische Gemeente beide verstaan moet, inzonderheid echter de eersten, als van welken vs. ï8m daarzy i7rigxo7rovg} Opzieners genoemd worden, gezegt wordt, dat zy de gemeente weiden; dat deeze benoeming echter op beiden ziet, oordeelt Hy, en beroept zich op zyne Primitiae Acad, Gottitg. p. 122. over 1. Tim. 4, vs. 17. Men kan echter niet ontkennen, dat Paulus, die duidelyk onderscheidt Phil. 1, vs. 1. daar wy leezen: Paulus en Timotheus, dienstknechten van Jesus Christus, allen den heiligen in Christus Jesus, die te Philippus zyn met de Opzieners en de Diaconen. Dit is zeker, dat die twee Grieksche woorden , door Ouderlingen en Opzieneren vertolkt, de Leeraaren der Gemeenten te kennen geeven, en van de zelvde perzoonen gebezigd worden, gelyk niet alleen blykt uit het 17.' vs. van dit Hoofddeel, met het 28. vergeleken, maar ook uit Tit. i, vs. 5 en 7. Petrus noemt zich zeiven 1. Petr. 5, vs. 1. een medeouderling en getuige van het lydenmn Christus. Dan zoo zeker is het my niet, of der Ouderlingen dienst, zoo als zy thands plaats heeft, in de oude Christen Kerk ten eenemaal, onbekend geweest zy; zeer veele, dat weet ik, stellen dit, en schryveft met den geleerden Plevier over Hand. 11, vs. 30. dat zy, in den eersten tyd, niet bekend waren, zich beroepende op den beroemden C. Vitringa, de Synag. vet. Lib. 2. c. 2. et 3. die dit daar uitvoerig en zeer geleerd behandeld heeft. Dan, wanneer ik de onderscheidene uitdrukkingen , hier toe betrekkelyk, in de Handelingen en Brieven

der

Sluiten