Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verheug u, daar het volk, bezield met d'edlen moed* U, op der Rcom'ren fpoor, deez' blijk van hulde doet» En wil het, door uw ampt volftandig te verrichten, Op uwe beurt, aan u en uwe zorg verplichten. De koopmanfchap, die wreed en deerlijk afgepijnd, Aan de oude rampen denkt, en om de nieuwen kwijnt, En, dag aan dag, op nieuw getroffen en geflagen, Angftvallig uitziet op een reeks van donkre dagen, Terwijl de koopman aan 't onzinnig treuren flaat, En land en ftad en have en huis en poft verlaat, Ontrooftbaar over 't geen zijn arbeid heeft geleeden, Door hoope op gro'ote winft, nu jammerlijk vertreeden: DeDichtkonft, die haar hoofd ootmoedig nederbukt, Ontijdig uit haar ftoel en juichend choor gerukt, Dewijl haar tempel, die deez' ftad ten roem moeft ftrekken* Den ijver en den luft der zanggodinnen wekken, En die eene oeffenfchool in Gijsbrechts muuren was* Te deerlijk ligt geftort in puin en barnende afch: Zij beide vergen u, omringd van achtbre mannen, (Wier zorg gewoon is al haar krachten in te fpannen, Op dat al 't geen de ruft der ftad betreffe, in 't 002 Behoudende, onverrukt en achtbaar blijven moog') In haaren nederlaag, u over haar te erbermen, En beider groeie en bloeie, is't mooglijk, te befchermen. Laat, laat niet af aan haar die bede toe te ftaan, Op dat we beider glans niet zien te gronde gaan, Op dat zij niet, vertrapt door fnoode afgunftigheden, En dweepzieke ijverzucht, die 't oor fluit voor de reden, Voor eeuwig, afgekwijnd, blijv'kwijnen, zonder trooft. Of tot een prooi vervalle aan momus haatlijk krooft. Befcherm de kunften, doe de weetenfchappen bloeien, De welvaart deezer ftad, door uwe zorgen groeien. Handhaaf de gaftvrijheid, geketend aan dit land, En houd door waakzaamheid de ruft en vrede in ftand* Weêrfta de dwinglandij, geftaafd door muitelingen. Behoed de onnozelheid, als zij zich ziet befpringen

Door

Sluiten