Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y 5 P E L. zg

' Wanneer gv dood zyt, ach! dan wensch ik niette leeren, 1 Myn uitvèrkoore Man ' wil my doch niet begeeven.

pr 0 n k.

' Ei fpaar uw traanen tot het tyd is, want de zaak ] Is noch niet disperaad

anna.

Myn Man, al myn vermaak: i Myn hoop, myn troost, myn heil, van u te moeten fcheijen ' Datkanonmooglyk zyn, ik wil my dood gaanfchreijen.

pronk.

]Bedaar, Mevrouw, bedaar, ei fielt u wat te vreên.

anna,

] Notaris Pronk, och! och! gy weet het niet, o neen, IHoe bitter dat het valtvanzulk een Man der Mannen, ] Die ik zo lief heb, door de dood, te zyn gebannen.

manshart.

IDat my zo zeer bedroeft, en ook het meest verveeld, lis, -dat ik niet by u een kindje heb geteeld. [De Doctor Florentyn had dat wel mogen zwygen, IDat ik door hem, by u myn Kind, zou Kinders krygen.

pronk. i Gelieft u dat wy nu beginnen?

manshart.

J a, maar hoor, "t Is beter dat wy gaan hier naast in myn Kantoor, IDaar zyn wy vrijer Kind : ei wilt my onderfteunen.

anna.

1 Kom,kom,myn zoete Man, wil op myn fchouder leunen. ACHTSTE TOONEEL.

helena, tryn. f TT tryn.

. X lelona hoor, ik ben heel ongerust van geest, UwStiefmoêr is hier met Notaris Pronk geweest, 'k Heb an een Teftament gehoord ; 'k vrees voor uw Vader,

D:c

Sluiten