is toegevoegd aan je favorieten.

Het lijden, van den jongen Werther.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den JONGEN WERTHER. 25

rhet Flip over het uitfchraapen van den brij krakeelde. Ik vroeg naar den oudften, en zij had mij naauwlijks gezegd, dat hij in 't land een paar ganzen nazette, of hij kwam voor den dag fpringen, en bracht Flip een hazelaartje mee. Ik bleef de vrouw nog eenigen tijd onderhouden , en hoorde dat zij de dochter van den Schoolmeester en haar man naar Zwitferland op reis was, om de erffenis van een' neef, dien zij daar gehad hadden, aftehaalen. Zij hebben hem zoeken te bedriegen, zeide zij, en hebben op zijn' brief niet geantwoord; toen is hij 'er zelf naar toe gegaan. Zo hem maar geen ongeluk overgekomen is; ik hoor volftrekt niets van hem. Ik verliet deeze vrouw wezenlijk met moeite , gaf ieder kind een ftuiver, en gaf 'er haar voor 't jongfte ook één, om 'er wat lekkers voor mede te brengen, wanneer zij weer naar de ftad ging; en zoo fcheidden wij van malkander.

Geloof mij, mijn waarde! wanneer mijne zinnen op hol raaken, geraaken ze weer aan 't bedaaren, door het gezigt van zulk B 5