Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENIGE LEVENSBIJZONDERHEDEN, 219

$• 13»

Lamech afkomftig uit 't geflacht van seth, hij moet onderfchciden worden vaneen ander, waar van wij te vooren hebben gemeld , die een nakomeling van kain was. Onze lamech was een zoon van methus a l a h , en wierd geboren in 't jaar der wae» reld 874. Moses tekent aan Gen. V: 28 lamech leefde honderd twee en teigtig jaar, en hij gewan eenen zoon. De II. Gefchiedfchrijvef meldt wel fteeds van adam tot aan methusalah toe, in welk jaar zij zoons kregen, die in een nederdalende linie de voorvaders waren van noach, do^h hij laat 'er 't woord zoon af, zo lezen wij seth gewan en os; enos gewan kenan; enz. maar hier lezen wij lamech gewan eenen zoon. Hier uït denken zommigen, dat la. mech voor dien tijd geen zoon hadt gekregen en deze dus de eerfte was , 't geen hem nie.t weinig droefheid had verwekt , waarom bij de geboorte van dit manlijk kind zijne blijdfchap des te grooter was, althands wij hooren hem zeggen terftond na dat deze zo.on 't eerfte levenslicht aanfchouwt Gen. V: 29 deze zal ons troosten over ons werk, en over de fmarte onzer handen van wegen 't aardrijk, dat de Heer vervloekt heeft; en 't was om die reden, dat hij dezen zijn zoon noach had genoemd. Doch de uitleggers zijn 't niet eens in welken zin

dit

't Leven van la.

me cu.

Sluiten