Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fr.eijer.ik. den grooten. 33

hoord had , was vol verbaazing, toen ik buiten kwam. Nooit , zeide hij, was de Koning, in geneeskundige zaaken zo billijk en buigzaam ; van zijn leven behandelde hij geen Geneesheer zo beleefd ?

Tegen vier uuren van dien namiddag, zag ik den Koning weder. Hij was weder hoogst beleefd en vergenoegd, en fprak met mij meer dan anderhalfuur van veekrhan.de zaaken. lk kan iet van dit ge» fprek mededeelen.

De Koning. Ziet gij den Hertog van Tork dikwils, e tv wat dunkt u van hem?

Ik. Den Hertog van Tork zie ik, zo dikwijls hij mij nodig beeft ; en nu en dan, ook nog fomtij is tweemaal in de week. Hij ontvangt mij hoogst minzaam en goedaartig ; ik ben altijd in mijn fchik, als ik bij hem ben. Hij is een hoogst beminlijk Heer, en door zijne opvoeding, die hij in Engeland genoten heeft, zo menschlievend gezind. Hij weet niets van den Sultans-hoogmoed van de kleinfte Duitfche Prinsjens. De Hertog van Tork heeft mij nooit gedrukt of geplaagd, zo ais kleine Duitfche Vorften fomtijds hunne Lijf-artzen drukken en plaagen. Zijne fchoone ziel bragt geene andere grondregels, dan die met alle de rechten der menschheid overeenftemmen , uit Engeland naa I/annover mede. Onze zeden daar, hebben zich ook zeer naar hem befchaafd en verzacht. De Hertog van Tork verdreef de Aristocraüfche ftijvigheid en Adelijken overmoed,door zijne lieftaalige en vriendelijke denkwijze, uit Hannovcr; en zulks deed ook zijn moedige broeder, de jonge zeeman, Prins willem, zeer kragtig en nadruklijk , en bijna met kartetfehen C • vuurl

Sluiten