is toegevoegd aan uw favorieten.

Zondagsblad, voor roomsch-catholijken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 77 )

door daden en voorbeelden. Hoe uitgebreid was niet zijne menfchenmin , en hoe velen hadden geen deel aan zijne weldaden! Niet Hechts leerlingen en vrienden, maar ook zijne vijanden; niet alleen magtigen en aanzienelijken , maar ook de geringften onder het volk. Waar Hij wist dat eene gelegenheid zich opdeed, om wel te doen, liet Hij niet na, aldaar te verlchijnen; en, hoewel Hij een vijand was van de zonde, en de zondige hebbelijkheden, was Hij echter geen vijand van de menfehen, en dus liet Hij zich overal vinden , waar Hij uit« genodigd werd, zonder zich aan de bedilzieke praat van femmigen te floren , wanneer zij aan zijne leerlingen verweten, dat Hij bij tollenaars en openbare zondaars at; zijn eenig antwoord was; dat niet de gezonden, maar de zieken, den geneesheer nodig hadden. Vrijmoedig ver-, fcheen Hij aan de tafel van zijne ergfle vijanden, de Pharifeër., fchoon zij acht op Hem gaven; want, bewust van zijne onfchuld, konde hij veilig ben uittarten: Wie van ulieden overtuigt mij van zonde ? (*) — Gelijk nu Jesus nederig en menschlievend was, en niemand zonder troost van Hem liet afgaan, zo was Hij ook vrij van alle baatzugt. Immers onder hen , die door Hem genezen Waren , waren ook velen naar het tijdelijke gezegend, en die dus , uit dankerkentenis, gaarne iets zouden toegebragt hebben, om Hem zijne dagen , in onbekrompenheid, te doen doorbrengen ; dan Hij weigerde waarfchijnelijk alle aanbiedingen van die natuur, Hem gedaan. Zoek eerst het rijk der hemelen, en alle andere dingen gullen u toegeworpen worden (Q, was de les, die Hij aan het volk gaf, en dus Heet Hij in armoede zijne dagen , dikwerf niet hebbende, waar Hij het hoofd op kon nederleggen; van vermoeidheid nedergezeten aan den put

bij

(*) Joh. VIII: 46. (t) Matth. VI: 83K3