Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 237 )

brengen, door openbaren fmaad en fchande" zijne verkregen achting, bij de zijnen, te vernietigen; die gelegenheid werd hun eindelijk, volgens het wijs raadsbefluit der Voorzienigheid, gegeven: nu vierden zij den toom aan hunnen wraaklust, nu waanden zij Hem overwonnen te hebben; maar ook nu, in het midden van hunne boosaartige zegepraal , deed de Goilijke Bewerker van ons heil zich kennen, cn vervulde geheel Jerufalem met verbaasdheid, zijne vrienden met blijdfchap, en zijne vijanden met befchaming. Daar, waar alle grootheid dezer aarde te niet gaat, in het graf, daar nam de grootheid van Je sus een begin; en het middel, het guie zijne vijanden waanden, dat in ftaat was zijnen roem te verduisteren, vervulde hemel en aarde met den lef van zijnen groten naam. — Geen treurig: Hier ligt hij,deed den voorbijganger, van angst voor zijn eigen toekomend lot, verbleken ; maar in tegendeel,het nederig graföewelf galmde hem de blijde tijding: Hij is verrezen, van verre tegen, en deed hem, met een fmijlend gelaat, op den nu overwonnen dood nederzien. Ja zegepralende Verlosfer! zo miskend van uwe vijanden, nimmer kondet Gij hen met groter verbazing treffen, dan wanneer Gij, verheerlijkt, de woningen des doods verliet, en hen, in uwen eigen luister, deed zien, wie het was, welken zij dus vervolgden. Uit deze hunne verbaasdheid is onze grootfte hoop geboren, en kennen wij dat, offchoon het geluk dezer waereld, en al derzelver roem en aanzien, voor den zinnelijken mensch, m het graf verloren gaat, echter de ware eer en grootheid van den Christen , door u , in het graf een' aanvang neemt; en in die bewustheid befchouwen wij hetzelve als eene aangename rustplaats, waaruit wij éénmaal, door diezelfde magt, die u, over dood en het bederf, deed zegevieren, weder zullen opgewekt woraen: en uw kort verblijf, in deze woonflede der vergangelijkheid, heeft in GS 3 de-

Sluiten