Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 211 )

daar hij den tègenwoordi'gen Hertog, nevens zijne Minifters een Staatsarreft had opgelegd. Hier voegde men nog bij, dat Morgenthau met deezen Prins gekomen , en zijn vertrouwdfte Vriend was. Jeannette hoorde dat alles met blijdfchap; alleen verwonderde zij zig, dat haar Gemaal haar van dat alles niets gelchreeven had, en bijna zou ztj gevreesd hebben, dat er niets van dat alles waar zoude zijn, zoo niet op dat oogenblik een Brief van Morgenthau gekomen ware, waar in zij nevens haare Kinderen , den Heer Lilienthal en zijne Beminde, den Heer Predikant Steilman en zijne Gade, en den jongen Heer Sommer genodigt werden, om zig aanftonds reisvaardig te maken» en naar Hochbergen over te komen. Zij bezorgde dit alles met de grootfte Zielenvreugde , dankte God voor het gelukkig doorgeftaane verdriet, en , na dat gemelde Vrienden alle bij haar vergadert waren, reisden zij met malkander naar Hochbergen toe , met eene vieugde, die grooter was, dan die van eene Bruiloft. Eenen nagt waren zij onderweg, en den anderen voormiddag kwamen zij te Hochbergen aan, en traden aan de Heiberg af, die hun door Morgenthau was aangeweezen. Zij verwonderden zig zeer, dat zij hunnen Vriend O a al-

Sluiten