Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER MEETKUNDE. 33!

negen duimen, en nog boven dat drie agtfle deelen van één' duim: deeze lengte is dan dertig roeden, vijf voeten , negen duimen, en nog drie agtfte gedeelten van een' duim lang.

V. Zeer wel, Ck'óntes! ik merk , dat gij zeer aandagtig naar mij geluifterd hebt, en dit doet mij waarlijk zeer veel vermaak ; wij zullen daarom dan ook hierbij blijven om de lesfen niet te lang uitterekken.

Z. Ik wenschte egter nog gaarne twee vraagen te doen , vader!

V. Nu, ik zal tragten die in 'tkort optelos» fen, welken zijn ze?

Z. Indien ik dan nu een regthoek of driehoek wil bereekenen , wiens lengte en breedte uit roeden , voeten, en .duimen beftaat, hoe moet ik dat doen ?

V. Gij moet, even als u geleerd werd wegens de guldens , ftuivers , en penningen , de roeden en voeten tot duimen vermenigvuldigen ; en dan die kleine deelen met eikanderen multipliceeren.

Z. En dan nog deeze vraag, vader! — Heeft men overal op deeze waereld een en dezelfde lengte tot maatftok?

V. Neen; het ware te wenfchen dat dit zoo ware; — met dat al kan men thans door eenen regel van drieën bereekenen, hoe veele vierkante roeden, voeten , en duimen van onze maat een land groot is, het welk in Frankryk C bij

Sluiten