Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Almagtige Godt, die zich gewaardigd heeft ons dit te beloven, zal ook middelen weten om het uit te voeren; draagt gy maar zorg, dat gy dit dooreen ftandvastige hoop van Hem verwagt: want zo als Joannes zegt: die deeze hoop op Hem heeft, dis heiligt zig, gelyk als Hy ook Heilig is.

Wie ziet nu niet, dat dit zo verheven einde, waar toe het de oneindige goedheid Gods behaagd heeft, den mensch te fcheppen en te fchikken, een bovennatuurlyk einde is, een einde, waar toe de mensch door zyne natuurlyke vermogens niet alleen nooit kon geraken, maar waar op hy zelfs nooit de geringfte aanfpraak had kunnen maken, indien het onzen Godt door zyne eige goedheid niet behaagd had hem daar toe te fchikken? Wy zouden dan hier mede het eerfte lid onzer Afdeeling als genoegzaam bewezen kunnen achten: evenwel tot overvloedige overtuiging zullen Wy 'er nog eenige bewyzen by voegen. Een iegelyk ziet ligt, dat wy over de woorden van den Apostel Paulus I. Corinth. XIII. 12. op de zelfde wyze zouden kunnen redeneeren, gelyk als wy hier hebben gedaan over de woorden van Joannes, en 'er ook het zelfde gevolg uit trekken. Wy zien nu, zegt Paulus, I. Cor. XIII. ia. door een fpiegelin eenRaadzel, maar dan zullen wy zien van aanfchyn tot aanfchyn. Ik kenne nu ten deele, maar dan zal ik kennen, zo als ik gekend ben, maar om dat wy niet te ver zouden uitweiden dit werkje, zo laten wy de overweging dier woorden van den Apostel aan den Lezer over. Echter een ander foort van bewys voor 't aangevoerde Artikel is hier nog voor handen, dat wy niet mogen voorby gaan.

De inwendige ftaat, die in dit leven van ons geëischt word om tot ons einde te komen, en de middelen, die wy daar toe moeten aanwenden, moeten bovennatuurlyk zyn: dienvolgens dan moet het einde ook bovennatuurlyk zyn: want deze dingen moeten overeenkomen. Nu hebben wy dit wel uit onze natuur, dat wy wenfchen

eens

Sluiten