Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUüRLYKEN GODSDIENST. II. BOEK, 157

waereld gefchaepen :heefc ? voor hem , die oneindig is beide in macht en in

wysheid ? Kan hy , die onzen geest

geformeert heeft , en alle onze gedachten weet , niet zulke klaere vertooningen van zaeken aen onze verbeelding , het zy waekende of flaepende , voorltellen , dat dezelve de allerduidelykfte kenmerken van eenen Goddelyken oorfprong met zich meede brengen ? zou het der oneindige Wysheid aen middelen ontbreeken , om onzen geest , met de duidelyke kennis van zulke waerheeden te verlichten , als hy wil dat wy weeten zullen ? (a").

De algemeene toeftemming van het ganfche menschdom erkent de mogelykheid eener openbaering , en maekt , dat eene naedere betooging van] deeze ftelling ten eenenmael overtollig weezen zoude; ,, de voorwendzels van Goddelyke open„ ringen, welke men van tyd tot tyd „ gemaekt heeft, en de gereedheid , met „ welke veele derzelver ontvangen zyn, „ toonen duidelyk , dat het grootfte ge„ deelte van het menschdom haer niet on> „ mogelyk geoordeelt hebbe." (e).

In dit zelvde begrip {tonden ook ,de.

00 t. c. p. 3—

00 doddridoe Akad. lessen II Deel p. 10. III DEEE.

Sluiten