Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den bybel IV. boek. 223

den allereigenlykflen zin , goddelyke Boeken zyn.

Maer welke gronden van zeekerheid heb» ben wy , dat de gemelde ;Schryvers de waerheid getuigen ? zy zouden dweepers kunnen zyn , die de uitwerkfelen var* hunne verhitte verbeelding , voor Goddelyke invloeden , hebben aengezien. Zy zouden bedriegers weezen kunnen , die hunne eigene eer bedoelden , voor byzondere gunstelingen van den Hemel wilden aengezien worden , en zich den naem verwerven van een nieuw ftelzel van Godsdienst in de waereld te hebben ingevoert.

Deeze gronden van zeekerheid liggen in de wonderwerken, - met welke zy hun getuigenis geftaevt hebben. —- Hunne eigene bekentenis op zich zelve , zou hier niets bewyzen ; maer , wanneer wy hunne wonderwerken in aenmerking neemen , zullen wy er eene kracht van overtuiging in vinden , aen welke wy , redelyker wys , onze toeftemming niet zullen kunnen weigeren. Menfchen tog , die, met den Allerhoogften God , in zodaenig eene verstandhouding zyn , dat zy , door de blykbaere tusfehenkoomst van zyn oneindig Alvermoogen , wonderwerken verricht hebben , moeten , in hun getuigenis, geloovt worden , omdat bet onmogelyk is ,

IV. deel.

Sluiten