Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eüï)E £N NIEUWE TESTAMENT- V. BOEK. II

gezegd heb , zeer veel licht over de gefchiedenisfen der Heidenfche Volkeren ; maer evenwel maekt het Joodfche, Volk het hoofdonderwerp uit van de Heilige Gefchie-

denis. De reden is zeer klaer, zy

behelst een bericht van de verfchillende wyzen en trappen, op en langs welke God zynen wil aen het menschdom geopenbaert heeft. Nu bepaelde zich de Goddelyke Openbaering het meest , en op het laetst alleen , tot het Joodfche volk. Wat wonder dan , dat het Joodfche volk, in de Gefchiedenis van deeze Openbaering , het voornaemfte hoofdonderwerp uitmaekt. Laet ik het een weinig nader ophelde-

ren. Zo dra de zonde en de dood

was in de waereld gekoomen, begivtigde God het ongelukkig menschdom, in onzen algemeenen Stam-Vader, met eene onmiddelyke Openbaering , om hem, en zynen rakomelingen , den weg aen te wyzen , langs welken zy in de Goddelyke gunst konden herfleld worden. Deeze Openbaering was wel donker en ingewikkeld , maer, naer die tyden, was zy evenwel genoegzaem. Dan , in de eerste tyden der waereld , nam het bederv der zeeden, zo geweldig en greetig toe, dat het gantfche menschdom alle vrees voor God had afgelegt, uitgc

(*V$. 347. V. BE EL.

Sluiten