is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436 OVER DE GESHIEDENISSEN VAN HET

met al zyn toebehooren , omftandig be» fchreeven , zonder dat er van de. Urim en Thummim gefprooken wordt; en , dat.|j zeer onze opmerking verdient, lev. vin: 8. wordt van den Borstlap, met de Urim en Thummim, zonder melding van de XII edele fteenen , gefprooken. Wy fchynen er uit te moeten befluiten , dat de Urim en Thummim niet anders geweest zyn, dan die Xil edele fteenen zelve, die, van wegens derzelver glans en voortreffelykheid , dus genaemd

werden. Door deeze Urim en Thummim,

vraegde de Hogepriester den heer raed, voorzover hy inzonderheid dan, wanneer hy des heeren mond raedpleegde, dit cieracd draegen moest.

De Mantel des Ephods wordt ons befchreeven, exod. xxviii: 31—35. Deeze Mantel was een hemelsblaeuwe rok, die onder den Ephod kwam, en tot op de voeten nederhing, zynde rondom digt, en zonder naed geweeven. Onder aen den zoom waeren, rondom granaetappelen geborduurd, van hemelsblaeuw purper en fcharlaeken; en, tusfchen de Granaetappelen, hingen gouden fchellekens, opdat de Hogepriester zoude kunnen gehoord worden, wanneer hy in het Heilige ging , om dienst te doen.

Voorts had de Hogepriester een linnen lyvrok , onder dien mantel, met eenen gordel

op-