Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

503 OVER DE LEERSTUKKEN

voortgebracht ; maer het was zo veelvuldig niet , dat het tot eenen vloek diende, gelyk na den val. Er was geen vermoeiende en verveelende arbeid noodig , om het t® onder te houden ; maer er werdt evenwel zorg en werk vereischt , om voor te koomen , dat het andere planten niet verdrukte. De boomen en andere gewasfen moesten gehaevend worden , opdat die onvergelykelyke fchoone orde en evenreedigheid, welke God aen alle voortbrengfelen der natuur , gegeeven hadt , bewaerd en onderhouden wierde. Ook moesten de dieren beftuurd worden , en adam moest zorg draegen, dat er geene tedere planten vertrapt , of boomen gefchonden wierden (a).

Maer waer was dit Paradys geleegen ? mose fpreekt , van een hov, in Eden, Gen. II: 8, Eden is een eigen naem van eene landltreek : want het gewest , in het welk het Paradys geleegen was, koomt meermaelen voor , onder deezen naem. Er was eene rivier voortgaende , uit Eden , Gen. II: 8 ; en het land Nod wordt befchreeven , als eene plaets , ten Ooste* van Eden , Gen. IV: 16. De vraeg is derhalven , waer was het landfehap Eden geleegen ? — Zeer veele geleerden hebben

zich

(«) msïer 1. c. I Deel. p. 2 6a,.261,

Sluiten