Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*32 OVER DE LEERSTUKKEN

zal eenen temen geeven uit den onreinen? Hy is hier beezig om aen te toonen , dat zyne boosheid niet grooter waere, dan die van andere menfchen , en dat hy de onheilen , welke hem drukten , niet meer verdiend hadt dan anderen. Ten dien einde merkt hy aen, dat de zeedelyke onreinheid gemeen zv aen alle menfchen , en dat er daerom onmoogelyk een mensch kan gebooren worden , die zeedelyk rein is. Alle menfchen, wil hy zeggen, zyn zeedelyk onrein , en uit onreinen kan niemand gebooren worden , die rein is,

Kap. XV: 14. verklaert hy zich nog duidelyker : nat is de mensch, dat hy zuiver wezen zou ? en die gebooren is van eene vrouw , dat hy recht vaerdig zyn zoude?

Onze Goddelyke Leeraer drukt het zinbeeld,g uit, Joh. 111: 6: het geene uit vleesch geboeren is , dat is vleesch. Door het vleesch , 30 tegenftelling van het geene uit God gebooren ts, wordt het zeedelyk bederv bedoeld, verg. Rom. VIII: 1, j, 6, 7. Alle menfchen dan, die mt zeedelyk verdorvene Ouders gebooren werden , die zyn ook verdorven.

Wy zul'en er nog maer ééne plaets byvoegen, welke ook zeer beflisfchende is. Het bedenken van het vleesch, zegt paulus, is vyandfehap tegen God: want het onderwerpt zich der wet Gods niet: want het kan ook niet, Rom.

VIII: 7. Hy fpreekt van het bedenken des

vlee-

Sluiten