Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sl8 OVER DE 2EEDENEEER

S) Men vergelyke alle deeze regels onderlingzy koomen alle wel daer in overéén , dat' „ de beweegingen des Jichaems zo moeten „ ingericht worden , dat zy , door eene „ ftomme wel fpreeken heid der natuur, de te3, derfte gewaerwordingen en aendoeningen des „harten, natuurlyk, bevallig, en volkoo„ men verftaenbaer , uitdrukken. Tot dat „ einde heeft men er het Muziek meede vereenigt; het .Muziek, het welk zo bekwaem „ is , de hartstochten gaende te maeken en

„ uit te drukken. ik beroep my , op

„ de ondervinding, en dan vraeg ik, of eene „ nog onbevestigde deugd, midden in een ge„ zelfchap, het welk alles doet, om zich „ onderling , niet van de zyde der ziele en „ haere volmaektheedén , maer door zulke ,, voorrechten , die de zinnen alleen ftreelen, „ te behaegen; ik vraeg, of niet eene, niet „ genoeg bevestigde deugd , en eene nog s, zwakke Godzaeligheid, by dit ftom gefprek

der gevaerlykfte en fterkfte hartstochten ,, onbefchryvlyk veel hebbe te duchten ? Ik „ vraeg, of niet*zulk een vrye en vertrouw„ de omgang van beide genachten; voorts „ of niet de wyn, het Muziek, de onbe„ dachte en vrye redenen, de oneindige vleie„ ryen, en de geftaedige pooging, om be„ wonderd, hoog geacht, en bemind te wor„ den ; juist die neigingen en begeerten, in

„ de

Sluiten