Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SER. OPKNBAERING. VIII. BOEK. 2 IJ

e. Men denke veel, aen zyne eigene zwakfaeeden en gebreeken, en överweege, of men zich de veröngelykkgen , niet door eigen fchuld , op den hals gehaelt hebbe.

ƒ. Men herïnnere zich , dat zich alles aen te trekken , en zich ligt beleedigd te achten , een kenmerk zy van lacgheid , en van een gemoed , het welk zich zelvs zwak gevoelt ; als meede dat men zich zeiven , door de wraekzucht, aenmerkelyk benaleele.

g. Men gedenke veel, aen de woorden van den Heiland. Alle dingen, welke gy wilt, dat u de menfehen zouden doen , doet gy hun ook alzoo ; —— en , indien gy den menfehen hunne misdaeden vergeevt , zo zal uw hemelfche Vader ook u vergeeven ; maer indien gy den menfehen hunne müdaeden niet vergeevt , zo zal ook uw Vader uwe misdaeden niet vergeeven Matth. VI: 14, 15- VII: 12.

h. Men voege, by dit alles , een geloovig cn aenhoudend gebed , om den Geest der zachtmoedigheid en des vreedes.

XI. DEEL.

03

Sluiten