Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER OPENBAERÏNG. VIII. BOEK. 491

triaer deeze naeuwe betrekking is niet beltaenbaer , met de hoogachting , welke men , aen zyne bloedverwanten, in de klimmende Linie, by voorbeeld een Kleinzoon, aen zyne Grootmoeder , of eene Kleindochter aen haeren Grootvader , verfchuldigd is. Dit nu kan , van de overige perfoonen, door mose opgenoemd , niet gezegd worden.

2. Wy gaen over , tot de tweede vraeg, of de Bloedfchande , volgens het recht der Natuur, ongeöorloovd zy ?

Zeer veelen , zo Wysgeeren als Rechtsgeleerden , geeven , op deeze vraeg, een bevestigend antwoord , zonder dat zy evenwel den grond , op welken de Huwelyken, tusfchen Bloedverwanten, zeedenlyk ongeöorloovd weezen zouden , duidelyk aenwyfen. ,■> Ie„ mand , die zeekere en natuurlyke redenen wil opgeeven , om welke zulke Huwely„ keu , zo als zy, door de Wetten en ge,, woonten , verbooden worden , ongeóor„ loovd zyn , zal, by ondervinding, leeren, hoe moeilyk dit zy, ja dat het niet ge„ fchieden kunne" zegt dc doorluchtige Gftotius, hoe zeer hy anders de duidelyke reden erkenne, om welke de Huwelyken van Ouders , met Kinderen en Kindskinderen , ongeöorloovd zyn (w).

(»0 ®e Ju™ Wtt & pacis 1. II, c. 5. §. lï. n. i\ 21- DEEL.

Sluiten