Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER OPENBAERING. VIII. BOEK. 493

lyk, het teelen en opvoeden van Kinderen ; gevolgelyk zyn zy niet op zich zelve, en volgens het natuurlyk recht, ongeöorloovd (p).

Verder, wanneer dergeiyke Huwelyken zeedenlyk ongeöorloovd waeren, dan zou God zelvs geene Wet hebben kunnen geeven, volgens welke een Jongman, onder de Israëliërs, verplicht was, de Weduw van zynen Broeder te trouwen , wanneer die zonder Kinderen , geftorven was ; op dat de genachten , in het bezit van hunne voorvaderlyke goederen , blyven zouden , Deut. XXV: 5 -10.

Hier koomt nog by, dat de Heilige Schrivten een aental voorbeelden van vroome menfchen opleeveren , die in Huwelyken , ftrydig met de Wetten van mose, geleevt hebben, en evenwel van God kehnelyk gezeegend zyn. AiiRaham was getrouwd, met-sara, zyne halve Zuster, Gen. XX: 12; nahor, met milca , de Dochter van zynen Broeder haran , Gen. XI: 29; isaac met rebecca , de Kleindochter van milca , zynes Vaders behuuwde Zuster, Gen. XXIV: 15; Jacou, met rachel, de Dochter des Broeders van zyne Moeder , Gen. XXIX: 10.

Eindelyk noch de Verlosfer, noch zyne Apostelen , hebben zich immer , op de Huwelykswetten van mose, beroepen, of do-

(p) keineccivs Ekm. Juris Net. £? Gent. U ii. §, 41-— xi. deel.

Sluiten