Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 GODVRUCHTIGE

Eene meenigte van getuigeniflen uyt den mond vau Jefus vrienden, en navolgeren aangaande de voortrett'elykheid zyner Leere ontdekken wy indeEuangelifche gefchiedeniffen; maar hoe veel aanzien en waardigheid verkrygt zyne Goddelyke leere, daar zyne vyanden door eige overtuyginge niet nalieten een plechtig getuigenis van deezen grooten Leeraar af te leggen, gelyk wy gewaarworden by Matth. xxn: 16. Zy zonden tot bem bunne Jongeren, en Herocih dienaars, en fpraaken: Meefier, wy weeten dat gy waarachtig zyt, en den weg Gods redt leert, en gy vraagt na niemant, want gy acbt bet aanzien der menfchen, niet.

§ IL

■ Uyt vreeze voor een nieuwe beftraffing bygelegentheid van Jefus voorgeltelde gelykenilfe in het begin van dit Cap. beflooten de Pharifeën eenen raad te houden, hoe zy den Heiland in zyne rede zouden vangen met dat oogmerk, om, (daar zy door Jefus gelykenuTen zich hebben moeten fcbamen) zyne Leere, die reets by veelen ingang had, by het volk verdacht te maken, en dus langs deezen wegh een voorbereiding tot de ftraffe des doods te vinden.

De onderfcheide overtuigingen , die zy wel eer uyt Jefus mond tot haare befchaamdbeid hadden ontfangen, deeden eene onderneeming door hun zeiven Haak en, waar in zy anderfints geene zwaarigheid zouden hebben gevonden; zy wagen 'er hunne Jongeren en Herodis Dienaars aan, om het antwoord af te wagten op die vrage, die in het 17 vs. voorkomt; maar Jefus ontdekte hunne fchalkheid, en zyn gedrag omtrent zyne vyanden

toont

(')Mattn. XXI: 43, -h- 4*

Sluiten