Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

'S MENSCHEN

wichtigfte waarheden genoeg: de volgende eeuwea zouden in de verdere ontwikkeling van Gods wegen , dezelve nader ophelderen.

Op deze onderftelling, zullen de woorden Laet ons menfchen maecken te kennen geeven, de overeenftemming der Godlyke perfoonen , om den mensch te fcheppen, en zulks te doen overeenkomftig hunne orde en wyze van beftaan, en werken; volgends welke alles is uit den Vader, door den Zoon en den H. Geest.

Ontkent men deze verborgenheid , war reden zal men ér dan van geeven, dat God in het meervoudige fprcekt?

Men kan met fomtnigen niet ftellen,dat hier een opwekking aan de Engelen zy. — In het geheele gefchiedvcrhaal is van hun niet onderfcheidenlyk gemeld ; en op wat grond kan men dan aan hun denken ? — Nergens leezen wy, dat de mensch nae het beeld der Engelen, maar wel, dat hy nae Gods beeld gefchapen is: gelyk dan rerftond gezegd wordt v. 27 Ende Godt jthiep den mensch nae fynenBeelde. — De fchepping komt in de H. Schrift beftendig voor als het werk, dat den eenigen waarachtigen God kenmerkt. God mag, in den loop zyner voorzienigheid, inkomen als fpreekende met, en tot de fchepfelen die Hy wil gebruiken; maar in het fcheppen kwamen geen middel oorzaak en te pas. Het is toch eene daad van oneindige almacht en volftrekte vrymachr. Schepper en fchepfel te zyn, is zoo ftrydig met eikanderen, als afhangelyk en onafhangelyk te

ayn. Moesten wy de Engelen als onze

Schep-

Sluiten