is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis van den staat der rechtheid en val onzer eerste ouderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met VONNIS over den VERZOEKER. 117

Amos IX. 3. Maar hier verfcheen God, en fprak op die zelfde wyze tot de flange, als tot Adam en EvA> Ten derde. God kon ook met betrekkin^' tot dit redeloos dier niet zeggen , om. dat Sv°dit geiaenhebt, zyt gy vervloekt, en het zelve eene misdaad toekennen; daar het geheel lydelyk was, en het fpreeken waar door Eva verleid was, van den Duivel voortkwam. En

Ten vierde, fchoon God ook fomtyds in het werktuig zyne verontwaardiging over eene daad betoont, zou het zonder voorbeeld zyn, dat «y daarom met het ganfche navolgende flangen genacht zoo zou gehandeld hebben; want met den algemeenen vloek der aarde vers 17- * het geheel anders gelegen, om dat zy diende tot eene ftraf voor den mensch (*> En moest men de gezegdens ook op de flange toepasfelyk maaken, zou men moeten ftellen dat tusfchen het zaad van deze bepaalde flange en Eva's nakomelingen vyandfchap zou zyn, en dat deze flang door Eva's geflacht den kop zou vermorfeld worden, en door het zelve in de verlenen geftoken ; al het welk vreemd en ongerymd is.

De gefchiedfehryver meldt wel van de flange, doch gelyk wy meermaals gezegd hebben , alleen om dat de Duivel aan onze voorouders als eene flano- was voorgekomen ; waarom God met be0 trek-

(*) j. Chr. Busing in den Bundel van Godgeleerde verhandelingen VIII. deel I. ftuk Pag. !ĥ