is toegevoegd aan je favorieten.

Aanmerkingen over het zevende capittel uit het boek der godspraaken van Jesaia.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VS. 14.

194 Aanmerkingen

klaarders aangemerkt, dat in den oorfpronkeïykex' tekft geleezen wordt: Daarom zal de Heere zelve u lieden een teeken geeven. Zie de maagt zwanger wordende, en eenen zoone baar ende; en gy zult zyne naame Jmmanuel heeten. Dc invloed dient nauwkeurig in agt genoomen , die deeze vcrfchilligheit van vertaaling op den zin der woorden beeft. Men zal zulks doende in dit vs. drie volzinnen ontdekken, waar van de eerfte eene bekentmaaking, de volgende eene opwekking, de laatfte eene naadere voorzegging in zig behclft. Jefaia maakt aan het huis van David bekend , dat de Heere hen een teeken geeven zoude. Vreemd klinkt de opgaave der recden, waarom de Heere zulks zoude doen. Hoe is het te verftaan, dat de Heere hen daarom, om dat ze niet alleen den Profeet Jefaia (beneevens zyne rncde-dienftknegren), maar, ook zynen God moede maakten, een teeken geeven zou ? Eer men hier iets op zegge, behoort men zig bevorens eene vraage, die veel gewigtiger is, ter beantwoordinge voor te {lellen, wat naamelyk de zin en het doel dier woorden zy: De Heere zelve zal a lieden een teeken geeven. De regtc en voldoenende beantwoording van deeze vraage zal die zyn, waar door niet alleen de genoemde bedenking, maar ook de overige zwarigheden, waar aan dit vs. onderhecvig fchynt,worden weggenoomen. Het is, zoo het ons voorjoomt, onkunde omtrent het doel dier woorden geweeft, welke de Heeren Collin cn Parvifch in dit 13 de vs.ecn bewys voor hunne Deiftifchegevoelens-

heeft