Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Jefaia VII. 2,31

er de zonne is, zal uw naam van kind tot kind1 voortgeplant worden, en zy zullen in u gezeegend worden! Alle Heidenen zullen u welgelukzdig noemen! Gelooft zy de Heere God, de God Ifraels, die alleen wonderen doet! en gelooft zy de naam zyner heerlykheid tot in de eeuwigheid .' en de gantfche aarde worde met zyne heerlykheid vervult. Amen! Ja Amen(§)!

Vers. ij.

Boter en Honing zal hy eeten, tot dat hy iv eet e te verwerpen het kwaade, en te verkiezen het goede.

De Profeet in het laatfte gedeelte van het voorige 14de vs. eene naadere voorzegging aan het huis van David gedaan hebbende aangaande de beloofde komfte van den Meffias, vervolgt dit onderwerp in dit 15de vs. Hy zegtnict: Boter en honing zal dit knegken eeten. Op deeze of dergclyke wyze zou zig Jefaia hebben uitgedrukt , indien hy gedoeld hadde op zyn kind Schearjafchub, dat aan zyn hand tegenwoordig was. Zoodaanig is de manier, waar op hy, van den geboren zoone der maagd gefproken hebbende, zyne reeden vervolgt, dat onze gedagten daar door van zelf gebragt worden tot den toekomftigen Meffias, tot dien perzoon , dien het huis van David by defzelfs geboorte Immanuel noemen zoude. Niets heeft zoo vee

M8<

(§) Pf. LXXII. vs. 17. iS. 19.

M

£. I 4.

VS. I?

Sluiten