is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over eene nieuwe wijze, om de hardnekkigste ziekten, die haare zitplaats in den onderbuik hebben, voornaamlijk de hijpochondrie, zeker en in den grond te genezen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erlei omftandigheden voorzigtig in agt genomen worden. Het afkookzel moet,gelijk reeds gezegd is, eene dikagtige lijvigheid hebben, en van eene verëischte getemperdheid zijn, te dien einde moet voor het vullen van de klijfteerfpuit nauwkeurig onderzogt worden, of het niet te heet of te koud is. Geleerden, die dikwijls verftrooid van gedag, ten zijn, en zulken, die dom zijn, kan men dit werk niet toebetrouwen, wijl zij de klijfleer zeer ligt te heet nemen, en daar door, even als de wiskonstenaar peireitsgh, zig eene ontfteking in den aarsdarm en den dood zouden kunnen veroorzaken. Gevoelige .lieden, die niettegenftaande alle moeite, dezelve niet kunnen inhouden, moeten eerst maar de helft van de gewoone klijfleer en het overige een half uur of een uur daarna nemen, en er nog flijm van wortel van althéa of arabifche gom onder doen, en erzomwijlen een klein gefneden maankop in laten zieden. Zij mag niet voor gevolgden afgang gezet worden. Wanneer dezelve vertraagt, moet hij te voren door een afkookzel van zemelen, waarin zeep opgelost is, of enkel door eene klijfleer van lauw water bevorderd worden. De darmen worden dan tevens daar door uitgefpoeld en derzelver opflorpende buisjes bekwaamer gemaakt tot het opnemen der visceraalklijfteeren. Dit is in veele gevallen zeer nodig, en voornaamlijk, wanneer de kronkeldarm met rotte en taaije vuiligheid zeer-opgevuld is. Verders moeten deklijfteerfpui. ten, waarmede men dit werk zelf kan verrigten, bekwaam en zonder gebrek, de cylinder van binnen.