is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanmerkingen over 'smenschen vermogen en onvermogen in den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ii8 De verdere Bronnen van §■ 71.

Met weerzin, en de plegtigde betuiging, d3t ik niet voor heb iemand myner broederen ten toon te ftellen, zal ik er deeze cgfle aanmerking by voegen. De regtzinnige Stapfer, handelende over de Verfchillcn der Proteftanten, betuigt dat dit gefchil met de Luterfche Kerk niet fondamenteel is, dat wy hen als broeders erkennen, deelgenooten van het zelfde geloof en zaligheid. Maar dat die broeders, over de ftelling van eene volftrekte verwerping, geheel anders denken. Zy zeggen dat het tegen de reden zoo ftrydig is als een vierkante cirkel. Dat het tegen den grond van het Euangelie aanloopt. Zy noe. men het eene fchriklyke ftelling, Godslasterlyk, en leidende tot Godverzaaking: (trekkende uit haaren aart, en volgens de droevige ondervinding, om ons in den afgrond der wanhoope en vleefchlyke zorgloosheid neer te (torten.

Dit behoort ons ten minden zeer behoedzaam te maaken, om eene (telling, by ons van weinig belang gerekend, maar van de grootde mannen in zulk een yslyk licht befchouwd, niette befiisfen, dan, na het onpartydigst onderzoek, en zulke bewyzen welke onze overtuiging boven allen twyfel brengen.

§• 72.

Nu befluit ik in deezervoegen. Omhelst men dat begrip nopens de verkiezing, het welk by onze beroemdde Godgeleerden byna algemeen is, dandemt het met myne geliefde delling, alle Christenen kunnen behouden worden, op het beminlykst in. Maar •Zyn er gemoedlyke Menfchen, welke, na het eerbjedigst onderzoek der H. Schriften, eenigen grond

meereis