Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( =40 )

gemeente , waarby men de vuarigfte aan. dacht en verbryzehng van het hart, met de grootfte Iigtvaardigheid en eene in het oog loopende wuftheid , geduurig, zietafwisfelen. De kerk gelykt naar eenen byënkorf, waar men geduurig uit en in gaat. Hier dringt zich iemand door de meenigte met vee! gedruis, alsöf het in den Schouwburg was; dadr ligt men bydouzynen op de knieën,en bidt met het boetvaardigfte en vroomfte gelaat zynen Roozenkrans {*); en een oogenblik daarna ziet men hen lagchen en buerten, als of zy in het vrolykfte gezelfchap waren; daar wandelen anderen langs de zy-muuren,

om

(*) De Roozenkrans of tiet Pater noster is eea fnoer,waara-n kleine en groote kogeltjes van hout, barnlteen of yvoor gercegen zyn, naar welke de Roomschgezinden de gebeden aftellen, welke zy dagelyks moeten verrichten. De Roozenkrans hebben zy aan de hand hansen , en wanneer zy het ééne kogeltje na het ander tusfchen de vingeren neemen , mompelen zy met de grootfte fchielykheid dat gebed, hetwelk hun daarby is voorgefchreeven. Een klein kogeltje beteekent een Ave Maria fjzyt gegroet Maria i) een grooter kogeltje een Pater noster, dat is, een Onze Vader! rioe hierby het bevel van Christus; „ wanneer gy bidt, zult „ gy niet veele wóórden maaken," kan vervuld worden , Iaat ik over aan het eigen oordeel van myne jonge Ltezeren.

Sluiten