is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijne dichtoefeningen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DICHTOEFENINGEN. iif

Had het Vader naar zijn wenfchen,

Uit dit huis, geloof, Mijnheer, Keerde weder andre mcnfchen,

Zeker tot hun eigen eer. Dan, 't is nauwlijks te gelooven

Koe hier 't kwaad geworteld blijft, Zoo geen groote hand van boven

Dat als uit de beendren drijft; Slaan of tijstren, om wat rede

Is men hier heel ongezind, En de Vader heerscht in vrede,

Van de flechtften zelfs bemind ; Die ook daarom met zijn zuster,

Onze Moeder, heusch en goed, Leeft, veel ftiller en geruster,

Dan me in zulk een Huis wel doet. —— 'k Zie, 'k verveel u met dit praaten,

't Schijnt gij hebt een' wondren kop, Doch dien lof zal 'k nimmer laaten,

Schoon men mij hier gaf den fchop.—»

P a 'k Zéi