Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 30S )

Wel dit is klaar , zegt gij, nu als ik het verwaarloozen onzer kinderen, vergelijk bij het doorbrengen zijner goederen, dan heb ik maar willen zeggen, dat men even zowel zijne kinderen onnuttig befteeden of aanleggen kan , als men dat kan doen, omtrent het geen men eigenlijk onze goederen noemt.

lïn ik heb willen toonen, dat indien hetniec geoorloofd is, zijne goederen op die wijze,als gezegd is, kwalijk aan te wenden, men dat nog veel minder doen mag aan zijne kinderen, en dit nu is de vierde drangreden, om onze verplichting tot eene verflandige en godvruchtige opvoeding, ons op het harte te drukken.

ja zo antwoord gij, nu ben ik 'er achter — ik geloove dit ook, vrienden, dat gij mijne woorden verflaat , maar de zaak moet ik nog wat verklaaren; gij zoud mij immers nog niet zeggen kunnen, waarom men kinderen nog veel minder dan onze goederen mag verwaarloozen, en waarom men hen nog veel meer ,dan alle fchatten moet in acht nemen ?

Keen,moet gij zeker zeggen , — nu daarom ga ik u dit uitleggen, en als gij het volgende leest, vergelijk daar dan bij, wat ik ftraksonder N°. 1. gezegd hebbe.

§• 4.

Gij hebt mij daar gelijk gegeven, toen ik zeide : dat iemand die zijne bezittingen doorbragt onder anderen, een dief was, ook van Goden van meer anderen, om dat hij die allen wat ontftal.

En nu zeg ik, die kinderen niet gebruikt, niet hefteed^ zal ik eens zeggen, tot het geea

Sluiten