is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuw magazyn van honderd leersaame brieven, gewisseld tusschen drie bevallige jonge jufvrouwen, Emilia, Carolina en Lizette.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103 NIEUW MAGAZIJN

gij daaruit kon denken, dat ik u geheel vergeeten was. Doch dit bragt mij weer tot bedaaren, dat ik mij uwe goede gevoelens herinnerde, volgens welke gij niets kwaads van uwe vriendinnen denken kunt.

Dewijl u de befchouwing van den mensch zoo veel genoegen verfchaft, zoo wil ik de verdeeling van denzelven thans vervolgen» en bij de oogen beginnen, welke de heerlijkfte leden Van 'tmenfc'helijk lighaam zijn. Er zijn zoo inwendige als uitwendige deelen bij de oogen op te merken. Tot de inwendige behooren. tunicae of vliezen , en humores of vogten. Tunicae of vliezen , zijn vooreerst, tunica adnata of het aangewasfen vlies, dat het oog omvat, en zich tot den oogappel uitftrekt, wordende anders het wit van 't oog genoemd ; ten anderen , tunica cornea of het hoornachtig vlies, dat onder hetzelve ligt, en 'er als helder hoorn uitziet ; ten derden, tunica uvea of het druivenvlies , dat onder het hoornachtige ligt, en het oog voordek als eene druif, die gefcheiden is; aan deszelfs voorfte deel is een ronde cirkel , welke iris of een regenboog genoemd word , en die de kleine zwarte opening, 'tgeen men den oogappel noemt, omvangt; en ten vierden, tunica retina of het netvlies, dat het binnenlte vlies is , midden in 't oog ligt, na een net gelijkt, en teder is.

Dit zij voor deeze keer genoeg van de Natuurkunde. Maar heb ik alles niet zeer geleerd nagefchreeven , met alle de latijn-

fche