Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IvïAATSCHAPPY. 431

veranderen, en men moet nooit het geheiligd gezag der wetten ftremmen, dan wanneer het welzyn van 't Va. derland zulks vordert. In zodanige zeldzaame eh klaarblykelyke gevallen voorziet men in de openbaare veiligheid, door eene byzondere daad, die 'er de bewaaring van overgeeft aan den waardiglien. Zodanig een last kan op twee manieren worden uitgevoerd , volgens den aart van 't gevaar»

Zo men , om 't gevaar te heelen, kan volftaan met het vermeerderen der werkzaamheid van de Regeering , zo bepaalt men die tot een of twee derzelver leden : waar door men niet het gezag der wetten verandert, maar alleen de manier der uitvoering. Dan indien het gevaar zo groot is, dat de toeliel der wetten eene hinderpaal in deszelfs afweering is, dan benoemt men een Opperhoofd, dat alle de wetten doet zwygen , en dat voor een oogenblik de Oppermagt opfchort. In zodanig een geval is de algemeene wil niet twyffelachtig, en het is blykbaar, dat de eerfte bedoeling van het volk is, te zorgen, dat de Staat niet verlooren ga. Op zodanig eene wyze fchaft de opfchortiug des Wetgeevenden gezags hetzelve geenzins af. De Magistraat, die haar doet zwygen, kan haar niet doen fpreeken. Hy overheerscht haar, zonder haar te kunnen verbeelden; hy kan alles doen, behalven het maaken van Wetten.

Het eerstgenoemde middel wierd gebruikt door den Roomfchen Senaat, wanneer dezelve de Burgemeesters , door eene daartoe geheiligde fpreuk , beP 4 testte,

Sluiten