Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii6 's HEILANDS VERZOEKINGEN,

in ons zeiven zoo onverbeterlyk, als de afgevallene Engelen. Dit alles is uit de ondervinding zeker. En gelyk het een fcheppend alvermogen was, waar door in den eerften mensch Gods beeld gelegd werd ; zoo is er geen minder vermogen noodig om het in ons te herftellen ; en is de rechte mensch, door des Satans list verleid geworden en ten val gekomen , toen hy zonder met God raad te pleegen, aan de voorflellingen van den Verzoeker gehoor gaf; hoe zouden wy, die bedorven zyn , zonder Godlyk licht en byftand, des Satans verzoekingen kunnen onderkennen en dezelve te boven komen, en dus over de magt der helle zegepraalen ? Wy hebben dan uit aanmerking van dit alles eenen Verlosfer noodig, in wien gerechtigheden en fterkte zyn.

Zulk eenen Verlosfer nu is de Heere jesus, waardig, dat wy op Hem ons volkomen vertrouwen vestigen. Door Hem alleen kunnen wy van onze ellende , hoe onoverkomelyk ook anders, ten eenemaal verlost worden. — Hy toch is het, op wien de mensch geweezen werd, reeds van het oogenblik af dat hy onder

des

Sluiten