Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

even als of een hoentje pikte. — De borsten worden harder, dikker, pynlyk, en geven ten laatften een wateragtig, melkagtig vogt. De kring om dezelven word grooter en breeder. De tepels trekken by zommigen in, by anderen worden zy grooter. Na de zesde maand ryst het harde gezwel tot aan den navel, en in de zevende tot over dezelve. ' De navel verliest dan zync natuurlyke groeve en diepte, wyl hy vlak word. By zulken, die reeds meermaalen moeder werden, gebeurt dit dikwyls eene maand vroeger, wanneer zy geen zeer dik, overhangend lichaam hebben. By zulken, die in haare eerfte zwangerheid zyn, en welker lichaam voor het overige natuurlyk en we'1 gevormd is, volgt deze gelykwording van den navelkuil altyd laater. — In de achtfte maand bevind zig het hard gezwel tusfchen den navel en den hartkolk. Op dezen tyd beweegt het kind zig dikwerf zo fterk, dat men deze beweging uitwendig kan zien, en dat dezelve der zwangere fmert verwekt. Dikwyls kan men ook door het opleggen van eene eenigzins koude hand de beweging der handjes of voetjes van het kind zeer duidelyk voelen. Wanneer het lichaam vervolgens zeer uitgezet is, word het ademhalen gemeenlyk een weinig moeilyk. In de negende maand zakt het gezwel weder een weinig laager, de zwangere word eenige verlichting gewaar, haalt gemaklyker en vryer adem. Er vertonen zig nog verfcheiden andere toevallen, onder welken de tyd der bevalling fteeds meer en meer nadert, over dewelke ik u A 3

Sluiten