Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIE-ANTOINETTE. 27

brief onder het oog te brengen; doch, en het geen nog nader ten voordeele van de goedheid des characters van deeze ongelukkige Vorstinne bewijst, zij bepaalde haar gevoel over een' logen, die haar toen had kunnen verhinderen den eersten troon der wereld te beklimmen, bij eene edele onverfchilligheid (*); de Hertog van Choifeuii intusfchen had, ten allen tijde, reden om voldaan te weezen, over de erkentelijkheid die zij hem betuigde, en, mogelijk, heeft deeze toegenegenheid den Minister bevrijd voor de verwijtingen, die Frankrijk hem zoude hebben kunnen doen (f).

i Niet (*) Zij lietnoch den logenaar, noch iemand,b!ijken, dat zij er misnoegd over was; maar hield zig, ondertusfehen , altijd op zekeren affland verwijderd van een' man ,dien zij befchouwde als geheel onbekwaam tot het behandelen van ernitige zaaken.

DE VERT.

(|) Elders leezen wij: „ Zij ftelde in den Her„ tog van Choifeuii, zoo lang hij leefde , het „ vuurigste belang, en plaatste onder haare verdrie„ ten, de onmogelijkheid waarin zij zig bevond, „ van hem haare erkentelijkheid op eene fchitteren„ de wijie te kunneq betuigen." \ * ' Wat

Sluiten