Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a3a LEVENSGESCHIEDENIS van

XVI en zijne Gemaalin, weder als voorheen elkander te zien, en men fprak niet meer van hen hunnen zoon te ontneemen; alleenlijk was men bedacht om den Koning, voorloopig, de belofte aftepersfcn, dat hij de oönftitutie zoude ondertekenen.

De Orieanfche factie was tot woedens toe vergramd dat zij haar ontwerp nu ten tweeden maale zag mislukken : met de haatelijkfte bitterheid beklaagde zij zig dat men den Koning niet van zijne hooge waardigheid ontzet had; zij berokkende geweldige volksbeweegingen, en bewerkte dat de tooneelen gefloten werden: de zaal der Jacobijnen was te kleen om de menigte, welke tot hunne vergadering toevloeide, te bevatten — Zekere laclos flelde andermaal een adres op , bij 't welk men de ontzetting van den Koning, en de aan(telling van een' Regent vorderde (*);

alle

(*) In dit adres werd geen enkel woord van de Koningin gefproken , ten duidelijken bewijze dat men haar, tot heden toe, met geen ander "oogmerk gehoond , gefmaad en gelasterd had , dan «m. den weg te baauen tot den val van den Koning

zet-

Sluiten