Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Jij B O I L E A U.

in hen te doen neemen; om dat uit te voeren moet men fchilderen, dat is, denkbeelden voor den dag brengen, die door de fchikking der woorden treffen. Of nu die woorden dus of zoo gefchikt zijn, of zij rijmen of in onrijm zijn, dit is het zelfde.

Onze Dichtkunft is flegts een verfchillend gefchikt onrijm; zij is niet edeler, niet harmonicufer, niet netter dan de fchoonfte ftukken onzer onrijmfchrijvers. De gewoonte maakt iemand tot een rijmer, en deeze, denk ik, om dat hij rijmt, is geen Dichter: hoe veele Dichters zouden 'er niet in Frankrijk [en overal] zijn, zoo het rijm den Dichter maakte?

In 't reuk van fmaak oordeelen wij naar onze gewoonten; wij denken dat onze Dichtkunft die onzer nabuuren zeer verre overtreft, terwijl onze Dichtkunft hen mishaagt; en zij ons befpotten om dat wij onophoudelijk zeggen: wij Franfchen zijn alleen vernuftig cn geeftig. Wanneer een Schrijver, bij 't gemeen de meerderheid zijner kundigheden niet kan doen opmerken, dan tragt hij de meerderheid van zijn fmaak te doen kennen. Dus zijn onze dorre Academiften: 't is altoos eene fchadeloosftelling; dog zoo de eerite verdienfte van een werk de nutheid is, en dat niemand kan betwiiten; de fchoon-

heid

Sluiten