Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

336 L E E Z E R. S.

op de rechtvaardigheid is eene belcediging tegen het gantfche menfchlijk geflacht; zie daar de reden, waar om ieder dien naam waardig Schrijver leevendig het ongelijk gevoelt, dat zijn natuurgenoot wordt aangedaan ; hij kan het niet dulden; hij is de handhaver der openbaare zaak; en de verdrukking, die zijn buurman treft, moet hem ook perfoonlijk raaken. Hij kan zich niet ontllaan van de verplichting om zijne item te verheffen , en de geachtlte Schrijver zal altijd die geene zijn, die met den meeflen nadruk de onvoorfchrijf baare rechten der billijkheid en mcnfchlijkhcid zal herroepen.

Terwijl de afgunft, de kwaadaartigheid, de onkunde den Schrijver, die het meefl bij zijne tijdgerooten verdiend heeft, aanvallen, veracht deze trekken, die ras haare fcherpte moeten verliezen, om dat niets den. algemeenen roem kan opweegen. De meerderheid zijner reden toont hem de toejuichende goedkeuringen van het tegenswoordig en toekomend gevoelig menfehdom, en hij fielt de belooning zijnes arbeids in de verbetering van ontwerpen tot het algemeene welzijn.

De menfch, van gevoel beroofd, verveelt zich met het leezen der ClariJJa, terwijl een ander dit zedelijk dichtftuk, van

de

Sluiten