Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 24 )

ken hadden , bragt men alierlye aartige gefprekken op het tapijt. Willem en zijne° Bruid wilden echter liefft alleen zijn en te zaamen fpreeken; zij gingen daarom diep in het bofch wandelen. Na maate zij zich verder van de menfchen verwijderden, nam hunne liefde toe. Ach, had het leeven maar geene onvolmaaktheeden! geen vorft, koude nog vogtfgheid, wat zou dit paar aan eene aardfche gelukzaligheid ontbrokeh hebben ? De beide oude Vaders, die Intuffchen met een kruik bier alleen gingen zitten , vervielen in een erniiig gefprek. Stilling Zeide:

„ Heer Medevader, ik heb altoos gedagt, „ dat rgij Lbeeter gedaan had, zoo gij u van m het laboreeren afgehouden had."

Waarom Medevader?

„ Zoo gij uwe Klokkenmakerij beftendig „ voortgezet had, dan had gij rijkelijk uw brood „ konnen winnen ; nn ondertufïchen heeft ai „ uwe moeite u niets geholpen, en dat geen, „ wat gij nog had, is nog daarenboven op„ geraakt. "

Gij hebt gelijk en ook ongelijk. Zoo ik gewee-

Sluiten