is toegevoegd aan uw favorieten.

Stichtelijke gedichten en gezangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

én VROOMHART. 65

Zet, eer het is te Iaat, die grillen toch ter zij en; Keer, Vroomhart, keer terug, of gij word wis befpot.

vroomhart.

Geen bitze fpotternij kan iets op mij vermogen;

Mijn keus ftaat als een rots, bedrog heeft uitgedaan; 'k Sluit voor het ijdelfchoon der waereld thans mijn cogen,

Zij kan met 's hoogften dienst in een gareel niet gaan. En moet het geen mij tot deez' keus heeft aangedreeven,

Door uw betijteld zijn als drooge fufferij, Gewis mijn hart befchouwd met een ontroerend beven,

Het aaklig jammer lot dat u te wachten zij. Gij kend uw banden niet > gij weet van geen ellenden,

Gij waant te wandlen op een pad van Toozen, maar Aan't eind — wie beeft niet! - ftaat de fa tan met zijn benden,

Te wachten op de komst van zulk een wandelaar.

waereldlief.

Och vriend is 't anders niet daar gij door wierd bewogen,

Een keus te doen, daar 't harts dat gulle blijdfehap mind, Een walg van heeft, dan ben ik waarlijk zeer bedrogen.,

Wanneer gij op den duur hierbij uw reekning vind, 'k Beklaag u in mijn hart, wie deed U toch zoo denken?

Koom, lieve Vroomhart, hoornaar eensn vrienden raad, Verzaak die droomen, eer ze uw brein en zinnen krenken,

Beftry ze. uit al tiw macht, eer 't vooru is te laat.

E Be-