Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 2,6 )

maar het is toch niet biüyk, dat den Adef voor den Burger altyd den voorrang heeft, Wy zyn van Natuur allen gelyk.

van assof. Allen gelyk?

r eiziger. Allen gelyk!

van assof. Wel nu, ik verheug my hartelyk een Man gevonden te hebben , welke met ernst fiaande houd, dat wy van Natuur allen gelyk zyn. Ik verzoek U om met my een kopjen Koffy , op het verdek, te drinken! de zee is ftil— de lucht helder — Wy kunnen hier op ons geraak over de ftelling: dal wy van Natuur allen gelyk zyn, fprceken.

Myn Heer wenkte my , ik liep naar den Kok van het Schip, en bragt de Koffy welhaast boven.

Toen het eerfte kopjen ingefchonken was, vroeg mvn Heer: wanneer de Kinderen ter waereld komen , is dan het eene zo groot, * en zo zwaar, als het andere'?

reiziger. Dat wil ik nu juist niet zeggen.

van assof. Dat kunt gy ook niet zeggen. Menig Kind is dikwyls eens zo groot, als het geen, dat met hem ter waereld komt. Dus is het toch niet geheel waar, dat wy van Natuur allen gelyk zyns Hebt gy ook niet op

ge-

Sluiten