Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 360 )

by het veld zou zyn; verzogt myn Neef, om my het noodige gereedfchap te bezorgen, en voor my een Doopcedel te doen komen. Toen reisde ik , met myn Heer, met extra post, naar Erfurt.

Hier verliet myn Heer my, en nam van my voor altyd affcheid. Hoe treurig ik hier over was kan ik geen Mensch befchryven. Ik ging als geheel verflagen voort, en kwam, zonder dat ik zelf weet hoe , in het witte Paard , alwaar ik my een kan bier liet geeven. Hier waaren veele Gasten. Toen ik den een en ander goeden avond gewenscht had, bemoeide ik my niet meer met hen ; maar ging agter den kachgel zitten, om myne gedachten des te beter den vryen loop te kunnen geeven.

Toen ik, na ecnigen tyd gezeten te hebben , myne oogen weder opfloeg, zag ik een lang man voor my Itaan, welke my van het hoofd tot de voeten befchouwde, maar, welks aangezicht ik niet recht bekennen' kon, uit hoofde, dat hy met zynen rug naar het licht ftood.

Zyt gy 't, vroeg hy my, of is 't uw geest? Wie? vroeg ik.

Heer

Sluiten