Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40 CAIOE, VADKRLTKE RAAD

de beöordeeling van onze natuurgenooten. rechtvaardig en billyk willen zyn, nimmer uit het oog moeten verliezen.

Wat is de reden, dat ik deezen en geen anderen voorraad van begrippen in myne ziel heb ? Ongetwyfeld deeze, dat ik in den geheelen loop inviné levens gelegenheid en aanleiding had, om deeze en geen andere denkbeelden te verzamelen ; dat de omftan. digheden , waarin ik my van myne jeugd af bevond, geene andere voorwerpen aan myn bevinding- en kennis-vermogen vertoonden. Was ik op Otaheïte of in Groenland gebooren en opgevoed; de voorraad van myne denkbeelden zou dan voorzeker ook van eenen geheel anderen aart geweest zyn. Dat ik de dingen, welke ik erken, juist zó en niet anders vind , juist zó en niet anders daarover oordeel , als ik indedaad doe , vanwaar komt zulks ? Buiten twyfel daar van daan , dat deeze dingen zich aan my in mynen (laat, onder myne omftandigheden, en by de byzondere gefteldheid myner werktuigen van gevoel en kennis, juist van deeze en geen andere zyden , juist in deese en geen andere gedaante vertoonden.

Wa-

Sluiten